Je loonkost vergelijken met je sector, zonder duur abonnement
Benchmarkdata kopen kan, maar het hoeft niet. Wat je zelf kan afleiden uit publieke bronnen en je eigen cijfers.
Op een bepaald moment komt de vraag: betaal ik te veel? En meteen daarna de vaststelling dat je geen idee hebt, want je hebt geen vergelijkingspunt.
Er bestaan bedrijven die dat vergelijkingspunt verkopen. Soms is dat de moeite. Maar voor je daaraan begint, kan je verder komen met wat er al ligt dan de meeste mensen denken.
Begin bij je paritair comité
Je sector heeft barema's en die zijn publiek. Dat is je harde ondergrens en meteen ook je eerste controle: zit je erboven, en hoeveel erboven.
Dat klinkt triviaal maar het is het niet. In veel kmo's zijn er in de loop der jaren individuele afspraken gemaakt die nooit meer herbekeken zijn. Als je je werkelijke lonen naast de barema's legt per functie en per ancienniteit, zie je meestal een paar posities waar het verschil veel groter is dan bedoeld. Niet noodzakelijk fout, maar wel goed om te weten.
De aanvullende sectorafspraken horen daar ook bij. Maaltijdcheques, eindejaarspremie, fietsvergoeding, ecocheques. Die zitten vaak niet in je mentale beeld van loonkost terwijl ze wel degelijk in je kost zitten.
Wat je uit publieke jaarrekeningen haalt
Dit is de bron die het meest onderbenut wordt. Belgische vennootschappen deponeren hun jaarrekening en die is opvraagbaar. In de sociale balans staat het gemiddelde personeelsbestand en de personeelskost.
Zoek vijf tot tien bedrijven die op jou lijken. Zelfde sector, vergelijkbare grootte, liefst vergelijkbare regio. Deel per bedrijf de personeelskost door het gemiddeld aantal voltijdse equivalenten. Dan heb je een kost per VTE per bedrijf en kan je zien waar jij in die reeks staat.
Is dat precies? Nee. De samenstelling van functies verschilt, bedienden en arbeiders wegen anders, en een bedrijf met veel deeltijds werk vertekent. Maar als jouw kost per VTE twintig procent boven de mediaan van je groep ligt, dan weet je genoeg om verder te kijken.
Wat een externe benchmark wel toevoegt
Eerlijk blijven: er zijn dingen die je zo niet te weten komt.
Wat een specifieke functie in de markt waard is, bijvoorbeeld. Een jaarrekening geeft je een gemiddelde over een heel bedrijf, geen prijs voor een boekhouder met vijf jaar ervaring in Vlaams-Brabant. Als je aanwerft in een krappe markt en je wil weten of je aanbod competitief is, dan is functiespecifieke data wel iets waard.
Hetzelfde voor de verhouding tussen vast en variabel loon, en voor voordelen die niet in de personeelskost zichtbaar zijn.
Mijn regel: koop benchmarkdata als je een concrete beslissing moet nemen die er meer dan de prijs van dat rapport van afhangt. Koop ze niet om een onderbuikgevoel te bevestigen.
Wat je hoe dan ook zelf moet meten
Hoe je het ook vergelijkt, één cijfer moet uit je eigen huis komen: loonkost tegenover wat ermee gerealiseerd wordt.
In retail is dat loonkost als percentage van je brutowinst per vestiging. In een dienstenbedrijf is het loonkost per factureerbaar uur. In productie is het loonkost per eenheid. Welk cijfer het precies is, hangt van je zaak af, maar het idee is telkens hetzelfde: een loonkost op zich betekent niets, een loonkost tegenover output wel.
Dat cijfer over drie jaar uitzetten leert je meer dan elke externe benchmark. Want de vraag is zelden of je meer betaalt dan de buren. De vraag is of wat je betaalt in verhouding blijft tot wat het opbrengt.
Het valkuiltje bij dat vergelijken
Zorg dat je vergelijkt met jezelf op een eerlijke manier. Als je loonkost per vestiging vergelijkt en de ene vestiging heeft een ploeg met veel ancienniteit en de andere niet, dan meet je ancienniteit en niet efficiëntie.
Corrigeer daar dus voor, of vergelijk op zijn minst bewust in het besef dat het erin zit. Ancienniteit is trouwens iets om apart op te volgen, want een ploeg die stabiel blijft wordt elk jaar duurder zonder dat er iemand bijkomt. Dat hoort in je beeld te zitten voor je conclusies trekt over wie efficiënt werkt.
Hoe je begint
Drie stappen, in deze volgorde. Leg je werkelijke lonen naast je barema's per functie. Bouw je kost per VTE en zet ze naast een handvol jaarrekeningen uit je sector. Zet je loonkost tegenover je output over drie jaar.
Dat is een namiddag werk en het kost je niets buiten de opvraging van die jaarrekeningen. Als daar iets uitkomt dat je niet begrijpt, dan pas is het zinvol om externe data bij te kopen.
De stelling
De duurste benchmark is degene die je koopt voor je gekeken hebt naar wat je gratis kan krijgen. En de belangrijkste vergelijking is toch die met jezelf, drie jaar geleden.